TV kijken breaking_badGoede Tijden, Veranderende Tijden

Het is een enorme open deur dat de opkomst van snelle internetverbindingen radicale veranderingen heeft veroorzaakt in de manier waarop in Nederland en daarbuiten videocontent wordt geconsumeerd. Sinds het verschijnen van de beeldbuis in de Nederlandse huiskamers in de jaren vijftig is er decennia lang eigenlijk maar heel weinig veranderd. De televisies werden weliswaar steeds beter van kwaliteit en het aanbod werd sterk vergroot met de komst van kabel en satelliet, maar er bleef altijd één constante factor: alles kwam binnen via dat apparaat in de huiskamer, hooguit aangevuld met een tweede (of derde) toestel in slaap- of tienerkamer.

Die situatie is nu dramatisch anders; video komt binnen via laptop, smartphone en tablet en kan overal en altijd worden geconsumeerd. Het aanbod is enorm en neemt nog steeds exponentieel toe; de DVD boxset is grotendeels vervangen door Netflix (en de illegale tegenhanger Popcorn Time), er verschijnen meer goede series dan zelfs de grootste bingewatcher kan verwerken en met de hoeveelheid video die op een dag op YouTube wordt geplaatst kun je maanden ononderbroken blijven kijken.

Ondanks deze ontwikkelingen deed zich echter het opvallende verschijnsel voor dat de gemiddelde tijd die men doorbracht met ouderwets TV kijken niet daalde maar zelfs toenam. In 2014 steeg de gemiddelde kijktijd van de Nederlander per dag nog van 195 naar 200 minuten, een toename van 2,5%. Nadere bestudering van dat cijfer leverde een genuanceerder beeld op; de groei was voornamelijk afkomstig van de oudere (50+) kijker en de twee grote sportevenementen in dat jaar zorgden voor een extra boost in de kijkcijfers van met name de Publieke Omroep.

In 2015 lijkt echter de definitieve omslag plaats te hebben gevonden. De gemiddelde kijktijd van alle Nederlanders van zes jaar en ouder daalde met vijf procent naar 190 minuten per dag. Dat lijkt, zeker met het gebrek aan grote evenementen vorig jaar, nog wel mee te vallen. Maar opnieuw zijn het de 50 plussers die het beeld vervormen.

Grafiek TV-kijken

In deze leeftijdsgroep is namelijk slechts sprake van een kleine daling. Bij de jongere kijkers vallen daarentegen grote verschillen te noteren. In de generatie die is opgegroeid of zelfs is geboren in het digitale tijdperk is televisie niet meer het belangrijkste medium voor videoconsumptie en dat vertaalt zich naar een daling van bijna 20% in de dagelijkse TV kijktijd ten opzichte van 2014. Ook bij de twintigers en begin dertigers is de tendens duidelijk met een afname van 11%.

Betekenen deze cijfers nu het einde van televisie als massa- en bereikmedium? Vooralsnog kunnen we die vraag met een voorzichtig nee beantwoorden. TV is nog altijd als geen ander medium in staat om een groot publiek in een korte tijd op een impactvolle manier te bereiken. Event TV zal er altijd blijven, in de vorm van grote sportevenementen met Nederlandse inbreng of met programmering die live geconsumeerd moet worden om er op Twitter (de digitale versie van de koffiemachine) direct over mee te kunnen praten. Alleen via televisie is het mogelijk om via bijvoorbeeld The Voice, Wie Is De Mol of Boer Zoekt Vrouw in één klap twee, drie of zelfs vier miljoen mensen impactvol te bereiken.

Dat neemt niet weg dat zowel contentproducenten als adverteerders veelal niet meer kunnen volstaan met alleen de inzet van TV. Initiative zoekt daarom met de juiste mix van videokanalen de doelgroepen op om bereik te blijven garanderen. Maar niet alleen bereik speelt daarbij een rol; digitale kanalen bieden legio aanvullende mogelijkheden, zoals interactie en retargeting. Kortom, verlies bij de één levert voordelen op bij de ander. Elk nadeel heeft z’n voordeel.

 

 

Posted on February 9, 2016 in Blog

Share the Story

Back to Top